Spreek ik met de zaakvoerder ?


Jullie lazen gisteren woensdag met 138 mijn dagbegroeting, bednkt daarvoor


Donderdag 8 januari 2026, een goeiemorgen met Wilfried

‘Hey vrouwtje’, begroet de man ’s avonds bij thuiskomst z’n echtgenote.
Hij hangt z’n overjas en de draagtas met laptop aan de kapstok.
Vanavond even het koppie vrijmaken zonder scherm en zonder telefoon. Het was meer dan genoeg voor vandaag.

Nadat z’n vorige baas een zoveelste inkrimping van het personeelbestand uitvoerde was hij naarstig op zoek gegaan naar een nieuwe uitdaging.
Die had hij gevonden. Hij zou ze eens een poepie laten ruiken.
Aan het eind van de maand zou hij aan de kop van de ranking staan blinken: Johannes heeft deze maand 53 nieuwe klanten binnengehaald.

Het was die Johannes die ik gisterenvoormiddag aan de lijn had.
Ik had het mobiele nummer niet herkend en had niet gedaan war An me had aangeraden: blokkeer dat nummer.

Toen hij net voor kerst ’n eerste keer belde, op m’n verjaardag nog wel, was dat niet alleen om me te feliciteren
maar ook om me er op te wijzen dat ik geluk had.
Volgende week zat Luminus in de buurt en of hij of een collega eens mocht langslopen.
Johannes uit het verre Holland zou de werken in het centrum van Zedelgem trotseren
om mij uit te leggen welk profijt ik kon halen met me klant te maken bij Luminus.
Misschien had ik nu enkele minuutjes tijd. Zo kon hij vlug-vlug een en ander aan de telefoon uitleggen.
Ik had geen tijd.
Johannes hield vol, misschien paste het me beter na de drukke nieuwjaarsdagen?

Nog wat verdwaasd door het aanhoren van zoveel enthousiasme vergat ik te zeggen dat het allemaal geen zin had.
Het was fout van mij het niet kordaat af te wijzen maar in te stemmen met een later telefoontje.
Die Johannes zou wel aangevoeld hebben dat het geen zin had.

Mis poes! Gisteren was Johannes er terug.
Vooraleer ik hem kon onderbreken had hij reeds de helft van zijn verhaal er door gedraaid.

Toen kwam ik op een l u m i n e u s idee.
‘Ik denk toch dat u aan mij de verkeerde persoon hebt’, gooide ik er tussenin.
Een halve seconde bleef het stil aan de andere kant.
‘Bent u dan niet de zaakvoerder’, vroeg Johannes.
‘Toch wel, toch wel’, lachte ik. ‘U spreekt met de baas van Luminus.’

Johannes nipte aan zijn aperitiefje, hij straalde.
‘Goeie dag gehad’, vroeg zijn mevrouwtje.
‘Gewoontjes zoals altijd, mensen overhalen is toch niet zo eenvoudig als ik dacht, maar vandaag had ik wel een rare. ‘
‘Hoe zo’, vroeg z’n mevrouwtje.
‘Tussen al die chagrijnige mensen aan de telefoon met hun oneerbiedige afwijzende antwoorden stak er wel een heel bijzondere man’.
‘Wie dan wel?’
Haar nieuwsgierigheid was gewekt.
‘Stel je voor,’ deed Johannes zijn verhaal. ‘Ik trachtte de baas van Luminus een contract aan te smeren.’

Moraal van het verhaal: je hoeft niet eens bot te worden aan de telefoon als de een of andere beller maar blijft doordrammen om je iets aan te smeren.
Je kan het ook zo oplossen. Ik geef het u mee als een gouden tip. Het zal u veel tijd besparen.

Fijne donderdag – à la vôtre
Wilfried

Spreek ik met de zaakvoerder ?